U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in IJsland

Lijkt het je ook een romantisch idee om naar IJsland te trekken en er zes maanden bij een tuinier te werken? Marianne (48) en haar vriendin deden dit echt. Marianne: “Onze werkgever was de enige in heel IJsland die aardbeien kweekte. Het waren verdomd lekkere.” Over wilde meeuwen, busjes bloed in de supermarkt en het slankheidsideaal.

Tien jaar geleden werkte Marianne in een callcenter in Dublin. Ze vertelt: “Een van mijn collega’s wou naar IJsland en vroeg of ik mee wilde. In haar eentje zag ze het niet zitten. Aangezien mijn job toch nergens toe leidde, was ik direct enthousiast. We zochten op de site van Eures en reageerden op verschillende IJslandse vacatures. Mijn vriendin was verpleegster en kon als bejaardenhelpster aan de slag. Maar het feit dat de bejaarden enkel IJslands spraken hield haar tegen. Toen we een aanbod kregen van een tuinier, was onze keuze snel gemaakt. Zeker nadat we telefonisch contact hadden in het Engels. We waren welkom bij hem van mei tot november, de periode met het meeste zonlicht en dus ook het meeste werk. In de zomer kweekte hij aardbeien en tomaten, en in de winter bloemkool en rode kolen.”

Leven volgens de seizoenen

Hun nieuwe bestemming heette Fludir, een dorpje 100 km ten oosten van Reykjavik. Ze huurden er een huisje op wandelafstand van het tuinbedrijf. Marianne: “Onze werkgever bleek sympathiek en het werk viel mee. Er was geen stress, alles verliep op het gemak. Ik denk dat dit te maken had met de IJslandse mentaliteit, maar ook met de sector. Je leeft mee met de seizoenen. Als er niks groeit, kan je ook niks oogsten. Het enige minpunt waren onze kosten: vooral benzine (we hadden een auto) en voeding waren erg duur. Gelukkig kregen we af en toe groenen en fruit van onze baas. Hij wisselde met andere tuiniers producten uit die niet geschikt waren voor de veiling omdat ze te klein waren of raar gevormd, en gaf die aan ons.”

Op een mooie zomerdag leerden Marianne en haar vriendin ook de plaatselijke bevolking kennen. Ze vertelt: “We hadden geen tuinbank en besloten er zelf een te maken: bij ons huis lagen er enkele losse bouwstenen, dus hadden we alleen nog een stevige houten plank nodig. In een verlaten veld, zagen we een hele hoop hout. We namen een kijkje, en ja hoor: daar lag een fantastische lat. We laadden ze in onze auto en wilden net wegrijden, toen de eigenaar al tierend kwam aangehold. Hij stak een tirade af in het IJslands die we niet konden volgen. Wij dan maar snel weg met onze plank. Toen we thuis waren, kwam onze baas vragen wat er aan de hand was. Die eigenaar van de plank had hem opgebeld en verteld dat wij zijn plank gestolen hadden. Onze baas heeft dan zelf een tuinbank voor ons gekocht. Lief, niet?”

Tikkeltje chauvinistisch

Marianne vond de adembenemende natuur en de stilte het meest magisch aan IJsland. “In België hoor je altijd ergens geluid, zelfs als je middenin een bos zit, ver weg van alles. Maar daar hoorde je echt niks, behalve vogelgezang. Ik moet wel zeggen dat vogels er niet zo onschuldig waren als je zou denken. We reisden ooit eens naar een ver uiteinde van Noord-IJsland en kwamen zonder dat we het wisten in een vogelreservaat terecht. Toen we aan het wandelen waren, werden we ineens aangevallen door een soort meeuwen. Ze scheerden in duikvlucht langs ons en wilden ons pikken. We hebben dan een stok boven ons hoofd gehouden ter bescherming en renden vliegensvlug terug naar de auto. Ze hebben wel nog kans gezien om in onze voeten te pikken, maar gelukkig hadden we stevige stapschoenen aan.”

En wat vond ze van de IJslanders? “Het zijn vriendelijke mensen en ze drinken en eten graag en veel. Ze zijn dol op zelfgestookte drank, vettig eten en vlees. In de supermarkt vind je zelfs schapenkoppen en busjes bloed om bloedworst te maken! IJsland kent geen slankheidscultuur zoals andere Europese landen: een kilo meer is geen probleem. Misschien heeft dit te maken met de traditie om een vetlaagje te kweken tegen een harde winter? Over eten gesproken: voor mijn verjaardag gingen we naar een sjiek restaurant. Ik koos ‘muffin’ als hoofdgerecht. Tot mijn verbazing bleek het vlees te zijn. Toen ik de ober er over aansprak, lachte hij en excuseerde zich. Het was een schrijffout: het moest niet muffin zijn, maar puffin ofwel papegaaiduiker. Ik had dus zo'n mooi beest opgegeten! Verder zijn IJslanders een tikkeltje chauvinistisch: ze weigeren Engelse woorden op te nemen in hun taal. Woorden als pc en tv hebben een IJslandse variant. Wat me ook opviel is dat ze totaal niet gegeneerd zijn om naakt te laten zien: ze delen de sauna met een hoop onbekenden, zonder bijbedoelingen.”

Terug in België

Hoe kijkt Marianne nu, tien jaar later, terug op deze periode? “Het was een mooie en deugddoende ervaring, maar zes maanden was genoeg. Na de zomerperiode volgt er een lange koude winter zonder zonlicht. Ik zou daar depri van worden. Tegenwoordig woon en werk ik gewoon in België. Ik kocht een huis en heb een vriend met twee kinderen, dus ben ik meer gebonden. Maar ik ben mijn zin voor avontuur nog niet helemaal kwijt: mocht er ooit nog eens een goede buitenlandse aanbieding uit de bus komen, dan zou ik er over nadenken. (lacht)”

 

E-mail: marianne.smet2@telenet.be

 

Barbara Peirs

 

  • Wil jij ook getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer getuigenissen over wonen en werken in het buitenland.

    Gepubliceerd in augustus 2011