U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Indonesië

"In 2001 ben ik met m'n rugzak naar Zuidoost-Azië vertrokken. Het plan was er 6 maanden rond te reizen. Bali was een van de hoogtepunten van m'n reis. Ik ben hier dan maar blijven hangen, zoals dat heet." Intussen heeft Rudy (34) twee goedlopende restaurants en is er geen haar op z'n hoofd dat denkt aan terugkeren.

"Toen ik met de rugzak vertrok uit België, was het niet helemaal duidelijk wat ik zou doen. Ik sloot de mogelijkheid om me in het buitenland te vestigen niet uit. Wel dacht ik eerder aan Maleisië. Maar dat was buiten Indonesië gerekend. Het eerste anderhalf jaar dat ik hier leefde, had ik geen inkomen. Dat was niet makkelijk, zelfs Bali kost geld. Tijdens die periode heb ik een cursus Bahasa Indonesia gevolgd. Het idee om me hier permanent te vestigen en een eigen zaak te beginnen, kreeg vorm.

Belgisch denken

Begin 2003 heb ik een lease genomen op een restaurant en ben ik beginnen verbouwen. Dat pand was gesloten sinds de dramatische bomaanslag op 2 Kuta dancings in 2002. Een paar maanden later was "Cafe des Artistes" een feit. Na een moeizame start -de toeristen bleven weg- liep alles los. Intussen heb ik een paar maanden geleden een tweede zaak geopend "Bistro Kwizien" in Lovina Beach, Noord-Bali.

Het is hier anders werken dan in België. De mentaliteit van de oudere lokale bevolking is niet te vergelijken met onze westerse mentaliteit en gewoonten. De jongere generatie, die eet dan weer van twee walletjes. Hip gekleed, met hun Nokiaatje in de hand, sms'en ze hun e-mailadres door, terwijl ze je uitleggen dat ze niet aanwezig kunnen zijn op het werk omdat ze offers moeten maken tijdens een of andere dorpsceremonie. Dat pakt niet bij mij. Al moet ik zeggen dat dit aan het veranderen is. Er zijn Indonesiërs die intussen begrijpen dat er ook nog zoiets bestaat als werkethiek. Mijn staf denkt intussen bijna 'Belgisch'.

Tanden vijlen

De Balinezen leven voor hun ceremonies. Die spelen zich vooral af in de tempel en de "Bale Banjar": de verzamelplek van de mannelijke leden van het dorp. In grote lijnen draait alles rond enkele grote feestdagen. Je hebt "Nyepi" (het Balinese Nieuwjaar), een dag van stilte waarin niemand buiten mag komen, geen elektriciteit mag verbruiken en het eiland uitgestorven lijkt. Bewust, want zo denken de boze geesten dat het verlaten is. Verder heb je "Galungan" en 10 dagen later "Kuningan", wanneer de Balinezen de overwinning van het goede op het kwade vieren. De straten zijn dan opgesmukt met "Penjors", bamboosticks van wel 10 meter hoog, kleurrijk versierd en voorzien van een offertafeltje.

Erg speciaal is ook de huwelijksceremonie. Die wordt vaak voorafgegaan door een "tooth filing". De hoektanden van de trouwers worden afgevijld. Zij staan namelijk synoniem voor het kwaad in de mens. Het huwelijk zelf kan dagen duren en bestaat uit verschillende rituelen. Het mooiste vind ik de manier waarop bruid en bruidegom gekleed zijn. Zo kleurrijk mogelijk, met beschilderde gezichten. De bruid heeft gouden spelden of een tiara in haar haren. De bruidegom krijgt de familiekris (=een ceremoniële dolk) op de rug gebonden.

Uiteraard mis ik soms wel zaken. Meestal kleine "domme" dingen, op culinair vlak bijvoorbeeld, zoals maatjes, zwarte pensen, verse mosselen… Het is hier ook geen vakantie voor mij. Ik kom gemiddeld 3 keer per jaar op het strand, maar het is wel nog altijd mijn droomplek. Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt terug naar België te gaan!"

 

E-mail Rudy: cafe_desartistes@hotmail.com

 

Elke Duprez

 

  • Wil jij ook getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer getuigenissen over wonen en werken in het buitenland.