U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Vietnam

Hans trok in 2001 naar Vietnam om er een fabriek op te zetten. Hij beleefde er twaalf fantastische jaren en genoeg avonturen om een boek mee te vullen. De buren klommen ooit eens over de poort om m’n vijver leeg te vissen. Daarna maakten ze de khoi’s - dure siervissen- klaar op de barbecue. Ze vonden dat dit mocht, want ‘alles is van iedereen.’”

Hans (54 jaar) vertelt: “Het begon allemaal toen de eigenaars van een Belgisch bedrijf me vroegen om een productiefabriek voor hen op te zetten in Vietnam. Het was de bedoeling om handgemaakte auto-accessoires te produceren voor de Europese markt, zoals bijvoorbeeld bumpers en kofferspoilers.

Lokale beroemdheid

Ik woonde en werkte in Phan Thiet, een vissersstadje in de Binh Thuan provincie. Aangezien ik de enige buitenlandse investeerder vertegenwoordigde, werd ik regelmatig geïnterviewd op tv en kreeg ik na een tijdje een ‘celebrity status’. Dat ging nogal ver. Als ik bijvoorbeeld op restaurant ging, belde de uitbater zijn kennissen op om ook te komen eten. De eigenaar van de nachtclub zette aan de ingang een bord met de melding dat ik binnen was. En moeders vroegen me om met hun minderjarige dochter te huwen.

Lokale mensen nodigden me ook vaak bij hen thuis uit. Ze waren dan zo trots dat ze me aan de hele buurt ‘showden’. En ze schotelden me delicatessen voor die voor hen het summum waren, maar voor ons oneetbaar: de aars van een kip, visogen, wormen, bloed, hond, kat… Ook typisch waren bijna-uitgebroede eendeneieren. Als je dat ei opendeed, zag je een eendje in spe.

Wandelende bankcontact

Ik beleefde een fantastische tijd in Vietnam, maar er was wel een keerzijde. Sommige van de lokale mensen zagen me als een wandelende bankcontact. Letterlijk. Het was zo dat er in het begin geen bankcontact was bij ons. Dus reisde ik met enkele personeelsleden naar Saigon om daar geld af te halen. Wat zagen mijn medewerkers? Dat ik uit de auto stapte, naar de muur ging en terugkwam met een pak geld. Enkele dagen later was de hele stad op de hoogte. Ze vonden dat ik het geld met hen moest delen en vroegen me om hun dak te herstellen, feestjes te betalen of een bromfiets te kopen.

Waar ik het eveneens moeilijk mee had, was hun gevoeligheid voor gezichtsverlies. Op zich is daar niks mis mee, maar het had soms vergaande gevolgen. Ooit probeerde iemand in een nachtclub mijn portefeuille te stelen. Ik voelde het, greep hem bij zijn pols en bracht hem naar de security die hem buitenzette. Toen ik na het feest op mijn moto wou stappen, stond de kerel me buiten op te wachten met een steen in zijn hand. Hij heeft me als een briesende gek achtervolgd tot ik veilig en wel uit het zicht verdwenen was.

Protocol-slippertje

Het is me uiteindelijk gelukt om de fabriek op te zetten, hoewel het niet altijd gemakkelijk was. Als je in Vietnam wil investeren, hang je af van de goodwill van de overheid. Heb je weinig krediet bij hen, dan hebben ze aan één slippertje qua protocol al genoeg om je voorstel te weigeren.

Ik ken een buitenlander die afgewezen werd omdat hij zijn bedrijfskaartje nonchalant met één hand afgaf. Dat is fout: je moet het met twee handen doen en met het hoofd licht gebogen. Maar je mag dan ook weer niet te veel buigen, want dat is beledigend aangezien Vietnamezen dit alleen doen voor overledenen.”

 

E-mail: hans_plas@outlook.com 

 

Barbara Peirs

 

  • Wil je ook graag getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer getuigenissen over wonen en werken in het buitenland.