Columns

Guido: grijs

Grijs, vlak, zonder reliëf. Monotoon, in de meest letterlijke betekenis van het woord. De hemel boven Berchem. Al maanden. Als het niet regent, miezert het, als het niet miezert is het mistig. Als het niet mistig is, schemert het. De constante is grijs.

Mijn bureau staat aan de straatkant. Naar het venster georiënteerd, dan krijg je meer licht. Nu word ik er depressief. Er is immers geen licht meer, je kijkt uit op grauw. Er is alleen grijs.

Ik werk op de eerste verdieping. Ik heb er niet veel last van lawaai. Dat zou ik normaal schrijven. Nu schrijf ik eerder iets in de de stijl van 'je hoort zelfs geen spelende kinderen meer op straat'.  De donkere wolkendekens lijken het geluid van de straat weg te moffelen.

Twee jaar zijn we ondertussen verder in dit hele pandemie-gedoe. Ik heb er nog niet al te veel over doorgedramd. Ik probeer het positief te houden. Ik mag niet klagen, 't Is voor iedereen iets. Wat meer sporten, wat meer lezen, net zoals iedereen. Die eerste zomer die prachtig was, dat heeft goed gedaan.

Maar deze winter en de voorbije zomer zijn er teveel aan. Ik zeg soms gekscherend tegen buitenlandse vrienden 'Onze zomer in België, ja ik weet nog precies wanneer dat was, dat waren die vijf uren zon, ergens eind juli…'

Alles is grijs, en er komt geen einde aan. Het drukt op het gemoed. Het werkt op de zenuwen. We staan op in het donker en we komen thuis in het donker. En het duurt nog dik twee maanden voor de lente aanbreekt. De belofte van zon, warmte en meer luchtigheid.

Toch kan je ook hier weer aan afmeten hoe sterk we allemaal wel niet kunnen zijn. Temidden van het gezaag over de zoveelste golf en andere prikken besluit ik me minder te laten meedrijven op de waan en de berichten van de dag. Er is nog zoveel te doen buiten het werk.

Ik ben terug gitaar beginnen spelen, maar dat bleek niet meer dan een vergeten hobby. Ik vind het prettig, ik kijk er naar uit, maar 't is niet alles, en het helpt niet fundamenteel tegen mijn neerdrukkende gevoel. 'Stommelings' heb ik echter wel gevonden wat het verschil kan maken. Althans voor mij.

Twee jaar geleden ben ik gestopt met 'bullet journaling'. Ik heb er hier vroeger ook al eens over geschreven. Mijn bullet journal was de ideale manier voor mij om mijn afspraken en mijn verleden bij te houden. Maar die ene dag in maart stond er alleen nog één woord, Lockdown. Ik moest nergens meer heen, mijn agenda was leeg. Ik dacht geen 'bullet journal' nodig te hebben. Ik stopte er dus mee.

Dat was fout. Ik ben er sinds een maand opnieuw mee begonnen. En ik noteer alles wat ik doe. Zorgvuldig, met aandacht. Ik reflecteer, ik inspireer mezelf, en ik heb ineens veel minder aandacht voor buiten. Ik bedenk dingen, ik maak terug plannen.

Je zal er mee lachen, maar dat geeft me houvast en doorbreekt de eentonigheid van de grijze dagen.

Structuur is een vreemd iets. Als we het hebben voelen we er ons in gevangen, als we het niet ervaren worden we doelloos.

Mij heeft het alleszins uit mijn dipje geholpen. Je construeert zwart op wit een realiteit waar er nog veel in te doen is, waar er nog zovele mogelijkheden zijn.

Er is geen universele oplossing die voor iedereen geldt, maar het is verfrissend om te beseffen dat je er na verloop van tijd wel weer uitgeraakt en de dagen met net iets meer levenslust tegemoet kan zien. Mocht je hier ook nood aan hebben… blijven zoeken. Het komt!

Guido Everaert

Wie is Guido?

Guido Everaert is schrijver, spreker en columnist. Daarnaast werkt hij als lector ‘web content' en ‘storytelling' aan de Karel de Grote-Hogeschool. Zijn interesse? De schone en minder schone kantjes van de mens.

Nieuwsbrief illustratie

Abonneer je op de nieuwsbrief

Ook interessant

Guido: ssst, hier wordt gewerkt… een beetje

Je hoort nogal wat nieuwe begrippen. FIRE (financially independent, retire early), the Great Resignation (over de golf ontslagen na covid). En nu is er ook ‘quiet quitting’. Ik begrijp het niet...

 

Guido: Tour de France

Het is koers. Heerlijk. Niet omdat ik zwijmel van bewondering voor de sportieve prestaties en ploegtactieken. Verre van. Het is gewoon een fantastisch alibi om te zondigen. 

Guido: oud

Ik stapte de tram op, goedgemutst, en ook een beetje overtuigd dat ik er redelijk goed uitzag. Een klein meisje stond op en bood haar plaats aan. Pijnlijk.