U bent hier

Kwaliteitsgarantie loopbaancheques

We garanderen de kwaliteit van de dienstverlening in verband met de loopbaancheques op verschillende manieren.

Manier 1: definitie loopbaanbegeleiding

Sinds de wetswijziging in het najaar 2017 werd de definitie van loopbaanbegeleiding inhoudelijk zo gewijzigd dat VDAB de dienstverlening met de loopbaancheque inhoudelijk eenduidiger kan omschrijven en afbakenen naar de loopbaancentra en daardoor ook meer concrete eisen kan stellen.

De omschrijving van loopbaanbegeleiding i.h.k.v de loopbaancheque luidt als volgt:
“Loopbaanbegeleiding is de professionele ondersteuning van de professioneel actieve persoon bij het nemen van loopbaankeuzen en -beslissingen tijdens een proces waarbij het ontdekken, het versterken of het ontwikkelen van de loopbaancompetenties die nodig zijn om de loopbaan zelf actiever te beheren, centraal staan zodat zijn arbeidsmarktpositionering kan worden versterkt. De loopbaanbegeleiding vertrekt vanuit de loopbaanvraag en is continu afgestemd op maat van de klant. De loopbaanbegeleiding resulteert in de opmaak van een persoonlijk ontwikkelingsplan en heeft een impact op de inzetbaarheid en flexibiliteit op de arbeidsmarkt. Het initiatief voor het aanvragen van de loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque vertrekt altijd vanuit de professioneel actieve persoon. De loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque maakt geen deel uit van een andere vorm van begeleiding, opleiding, outplacement of coaching, ook niet als voorbereiding of sluitstuk ervan”

Er is dus pas sprake van een kwalitatieve loopbaanbegeleiding indien aan alle voorwaarden in de definitie voldaan werd en indien de burger tevreden is over het aanbod. Wanneer het aanbod zich beperkt tot het gebruik van één bepaalde test of methodiek, waarbij enkel op één bepaalde loopbaancompetentie gefocust wordt, voldoet het niet aan de definitie van loopbaanbegeleiding. De dienstverlening kan in dat geval ook niet betaald worden met de loopbaancheque.

Hetzelfde geldt wanneer er enkel een ‘advies’ wordt gegeven op basis van een test of op basis van een specifieke expertise van de begeleider, die niet coachend of procesondersteunend is (bijv. enkel sollicitatiebegeleiding). In dat geval ondersteunt de loopbaanbegeleider bij de klant immers geen proces waarbij de klant zelf zijn loopbaancompetenties ontdekt, versterkt en ontwikkelt. 

Manier 2: mandatering

Bij mandatering van de loopbaancentra worden er een aantal kwaliteitsvereisten bevraagd, waaronder een kwaliteitscertificaat. Daarnaast moet vanuit de organisatie de nodige beroepsbekwaamheid aangetoond worden door middel van een minimum aan relevante begeleidingservaring.

De bijkomende wijzigingen van het BVR in het najaar 2017 zorgen er -zoals eerder vermeld- voor dat het aanbod met en de output van loopbaanbegeleiding met de loopbaancheque inhoudelijk gedetailleerder omschreven worden. De aanleiding waarvoor een loopbaancheque aangevraagd en ingezet kan worden, werd strikter omschreven.

Daarnaast werden er ook twee bijkomende mandaatvoorwaarden opgelegd: enerzijds met betrekking tot de visie rond het aanbod met de loopbaancheque en anderzijds de manier waarop loopbaanbegeleiders door het loopbaancentrum gemonitord, aangestuurd en opgeleid worden.

  • Bij de eerste maatregel moet het loopbaancentrum aangeven op welke manier het de loopbaancheque in de markt zal zetten en hoe het het aanbod zal invullen. Het moet met andere woorden proactief aangeven hoe de dienstverlening er uit zal zien.
  • Bij de tweede nieuwe maatregel wordt het loopbaancentrum geresponsabiliseerd rond de (blijvende) deskundigheid van hun loopbaanbegeleiders. Of deze nu in vast dienstverband verbonden zijn met het loopbaancentrum of in los dienstverband.

Op deze manier kan VDAB zowel proactief als tijdens de duurtijd van het mandaat een meer diepgaande en kwalitatieve manier van monitoren garanderen. 
(Er loopt voor de bestaande loopbaancentra een overgangsperiode tot en met juni 2018 om zich in regel te stellen met deze voorwaarden.  Pas vanaf dan kan VDAB inventariseren en deze nieuwe voorwaarden effectief inbrengen en toepassen in haar werking.)

Manier 3: opstartgesprek met loopbaancentrum

Zodra een loopbaancentrum gemandateerd is, speelt VDAB als regisseur een rol bij het opzetten van de werking van een loopbaancentrum. Standaard volgt er een opstartgesprek met een projectopvolger van VDAB en het loopbaancentrum, waarin duidelijk de vereisten rond het aanbod met de loopbaancheque geduid worden evenals de vereisten met betrekking tot praktische aspecten (registratie, documenten,…).

Manier 4: kwaliteitsmonitoring

Vanuit VDAB gebeurt er via een geijkte routine een kwaliteitsmonitoring. Met een bepaalde regelmaat gebeuren er administratieve en kwalitatieve audits, en dit minstens tweemaal per mandaatperiode (van 6 jaar). Daarin wordt onder meer ook het persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) van de klant nagekeken. Het POP is het formeel resultaat van een loopbaanbegeleiding en wordt gebruikt om na te gaan op welke manier het loopbaancentrum de begeleiding heeft vorm gegeven en het proces van zelfinzicht en zelfsturing heeft gestimuleerd. (Uiteraard wordt hierbij de vertrouwelijkheid van het POP gegarandeerd). 

Manier 5: sensibilisering klant

VDAB sensibiliseert de burger rond het correcte gebruik van de loopbaancheque. Dit gebeurt via de infopagina’s op de website, de servicelijn en de werkwinkels. VDAB voorziet de burger van alle belangrijke informatie zodat deze ook zelf kan inschatten in welke mate het aanbod van een loopbaancentrum voldoet.

Manier 6: klachten

De burger kan bij VDAB klacht indienen over het recht op loopbaancheques en over het aanbod indien hij niet tevreden is.  Dit kan via de formele weg (het klachtenformulier), maar ook via het loket loopbaancheques  (lb.cheque@vdab.be) of via de Servicelijn (0800 30 700).

Indien een burger niet tevreden is over een loopbaanbegeleiding (bijv.: “Ik heb enkel een analyse op basis van een test gekregen. Wat ben ik hiermee?”), dan kan deze bij VDAB een klacht indienen.

VDAB gaat dan na of het loopbaancentrum de definitie van loopbaanbegeleiding waargemaakt heeft.

  • Is er een loopbaanvraag geformuleerd?
  • Heb je zicht gekregen op je loopbaancompetenties?  Kan je deze versterken?
  • Is de begeleiding afgestemd op jouw vragen en noden?
  • Is er samen met jou een persoonlijk ontwikkelplan opgesteld waarin de evolutie van loopbaancompetenties opgenomen werd?
  • Kan je aan de slag om je plek op de arbeidsmarkt vorm te geven?

Indien een loopbaancentrum de dienstverlening naar de burger toe beperkt heeft tot het afnemen van een persoonlijkheidstest en enkel wat resultaten overlopen heeft met de klant, dan kunnen we NIET spreken van een volwaardige loopbaanbegeleiding. VDAB zal dan:

  1. de uitbetaling voor de loopbaancheque terugvorderen bij het centrum
  2. het recht op loopbaancheque voor de klant terugplaatsen zodat deze de loopbaancheque elders kan opnemen
  3. het centrum aanspreken op de invulling van de dienstverlening met de loopbaancheque en hen hierin coachen.  Evolueren zij niet naar de gestelde normen, kan VDAB hun mandaat schorsen.

Manier 7: kennisdeling op Vlaamse en provinciale fora

Met een bepaalde regelmaat organiseert VDAB ook Vlaamse en provinciale fora voor de loopbaancentra waar concrete en inhoudelijke topics aan bod komen. Via dit kanaal informeert VDAB m.b.t. wijzigingen en verduidelijkingen.

Manier 8: actieve monitoring van aanbod loopbaancentra

VDAB monitort vanuit de standaardwerking actief het aanbod rond de loopbaancheque  via zijn contacten met loopbaancentra, inzage in het aanbod van de centra, profilering van de centra in de zoekrobot, infovragen via de servicelijn, actieve vragen van burgers… Indien VDAB situaties opmerkt die niet conform lijken met de regelgeving of het principe van loopbaanbegeleiding, bevraagt VDAB deze actief en bemiddelt waar nodig naar een correct aanbod. Indien nodig stelt VDAB deze inbreuken formeel vast en deelt dit aan de centra mee via een aangetekend schrijven. Mogelijks staat daar een sanctie tegenover in de vorm van een terugvordering van de loopbaancheques of een (tijdelijke) schorsing van het mandaat.

Manier 9: data-analyse

Daarbovenop gebruikt VDAB actief de cijfergegevens die verzameld worden om na te gaan in welke mate er een ongeoorloofd aanbod bestaat vanuit de werkgever naar zijn werknemers, of burgers tevreden zijn over de dienstverlening en of mogelijks andere onregelmatigheden voorkomen in het aanbod...  De betrokken loopbaancentra worden hierover bevraagd en indien nodig grijpt VDAB in. Deze acties reiken van bemiddelen rond communicatie en dienstverlening tot schorsen van het mandaat.

Op basis van de huidige regelgeving heeft VDAB twee maatregelen ter sanctionering. Enerzijds het al dan niet gedeeltelijk terugvorderen van de uitbetalingen, anderzijds het al dan niet tijdelijk intrekken van het mandaat van het loopbaancentrum. Er zijn geen indicaties dat dit onvoldoende zou zijn om de situaties die zich momenteel voordoen te sanctioneren.

  1. Bij een klacht op initiatief van de burger wordt door VDAB bemiddeld tussen de burger en het loopbaancentrum. In eerste instantie wordt dus gestreefd naar een optimalisatie van het aanbod naar de burger.  Indien het aanbod niet conform de regelgeving bleek, gaat VDAB over tot het terugvorderen van het uitgekeerde bedrag voor de loopbaancheque.  Indien nodig wordt er een bijkomende sanctie opgelegd. Het recht op de loopbaancheque wordt voor de burger opnieuw geactiveerd, zodat deze opnieuw gebruik kan maken van de loopbaancheque bij een ander loopbaancentrum.
     
  2. Op basis van de actieve monitoring die VDAB uitvoert in verband met het aanbod rond de loopbaancheque spreekt zij regelmatig centra aan. Deze centra hebben altijd opbouwend meegewerkt. VDAB moest nog niet overgaan tot bijkomende sancties.
     
  3. Op basis van de data-analyse op de cijfergegevens die VDAB verzamelt en het onderzoek dat daarop volgde, zijn sinds de opstart van het loopbaanlandschap ondertussen een dertigtal situaties onderzocht.  Hierbij is in 17 situaties, verspreid over 16 loopbaancentra, overgegaan tot een totale terugvordering van 66.000 euro, en dit verspreid over een honderdtal loopbaancheques. De burgers die betrokken waren bij deze situaties kregen opnieuw recht op hun loopbaancheque(s).

Naast deze maatregelen die VDAB kan nemen, heeft de Afdeling Toezicht en Handhaving van het Departement Werk en Sociale Economie inspectiebevoegdheden inzake loopbaanbegeleiding via het Decreet tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen. Deze bepalingen zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn.

Er werd bij de opzet van loopbaanbegeleiding expliciet gekozen voor een partnerschap met de loopbaanbegeleidingscentra in de vorm van regelmatige opvolging door middel van de kwalimons (kwaliteitscontroles door VDAB Dienst Samenwerking). Naar aanleiding van eventuele uitkomsten van deze kwalimons, kan de Afdeling Toezicht en Handhaving inspecties uitvoeren. De Afdeling Toezicht en Handhaving van het Departement Werk en Sociale Economie heeft nog geen inspecties uitgevoerd met betrekking tot deze maatregel en kreeg tot op heden nog geen enkele klacht binnen met betrekking tot deze maatregel.