U bent hier

Werken met een arbeidsbeperking: Marc getuigt

vergaderzaal

Bedrijfsleider Marc had enkele jaren geleden een motorongeval op weg naar het werk. Hij hield er ernstige blijvende letsels aan over. Nu is hij terug aan het werk. Marc: "Ik zou liegen mocht ik zeggen dat dit mijn droomjob is. Maar ik besef dat er beperkingen zijn aan mijn mogelijkheden. Laten we zeggen dat ik blij ben dat ik nog kan werken."

"Enkele jaren geleden werd ik het slachtoffer van een arbeidsongeval. Niettegenstaande het feit dat ik een helm droeg had ik een zware hersenschudding en schedelbreuk. De gevolgen waren niet min: acht dagen coma, acht weken ziekenhuisopname en negen maanden revalidatie. Om nog maar te zwijgen over de blijvende letsels: doof aan m'n linkeroor, verminderd gehoor aan m'n rechteroor, constante fluittoon, blind aan m'n rechteroog, reukvermogen en smaakzin kwijt, epilepsie-aanvallen en verminderd kortetermijngeheugen. Bovendien is m’n persoonlijkheid veranderd ten gevolge van het hersenletsel en de epilepsiemedicatie die ik neem.

Tot aan mijn ongeval was ik bedrijfsleider van een afvalverwerkende installatie. Het was een innovatieve, hoogtechnologische installatie, uniek in de Benelux. Elke dag was een uitdaging. Ik deed m'n werk met hart en ziel. Na het ongeval kon ik een leidinggevende functie niet meer aan. Ik ben dan binnen dezelfde organisatie op een andere werkplek aan de slag gegaan. Momenteel combineer ik twee jobs: ik stroomlijn en optimaliseer het vrachtwagentransport tussen de verschillende sites, en ik los technische problemen op bij de dienst patrimoniumbeheer.

Rumoer

Mijn verschillende beperkingen maken m'n job elk op hun manier moeilijk. Door de gehoorschade en bijhorende tinitus ben ik erg 'lawaaigevoelig' geworden. Hierdoor heb ik het moeilijk om rumoerige vergaderingen bij te wonen. Het lukt me dan vaak niet om de gesprekken te volgen. Gevolg hiervan is dat ik me op de achtergrond houd en nog meer geïsoleerd geraak. Door mijn verminderd zicht en bijhorende evenwichtsproblemen is het beklimmen van ladders en het lopen op oneffen grond gevaarlijk geworden. En omdat mijn kortetermijngeheugen niet meer functioneert zoals vroeger, moet ik bij elk project de draad weer opnemen. Het lukt me allemaal wel, maar het kost tijd en ik werk minder efficiënt. Ik merk ook dat ik veel minder initiatief neem dan voor m'n ongeval. En door m’n gewijzigde persoonlijkheid reageer ik ook anders op zaken en mensen dan ik vroeger zou gedaan hebben. Dat leidt wel eens tot ongewilde conflicten.

Wat nog? Eerder kleine zaken, maar toch knap lastig: als ik een tekst lees moet ik vaak stoppen en terugkeren naar het begin omdat ik vaststel dat wat ik dacht gelezen te hebben totaal niet strookt met wat er effectief staat. Ook het typen van teksten vraagt extra aandacht want fouten in spelling en zinsconstructie zijn schering en inslag. En een praktisch minpunt: ik mag geen wagen meer besturen, maar woon 35 km van mijn werkplaats. Het openbaar vervoer gebruiken om ter plaatse te geraken is quasi onmogelijk omdat ik voor een enkele reis ongeveer 2,5 uur reistijd moet rekenen. Omdat ik geen recht heb op een tegemoetkoming in mijn vervoerkosten -en een taxi bijgevolg te duur is- moet ik beroep doen op familie en kennissen om mij elke dag op mijn werkplaats te brengen.

Steun

Ik heb geluk dat mijn familie en kennissenkring me volop steunen. Zij weten wat me moeilijk valt en houden daar in de mate van het mogelijke rekening mee. Het probleem is dat niet iedereen van je toestand op de hoogte is en dat je moeilijk een bord om je hals kan hangen met je problemen op. Er wordt wel eens gezegd: "Je weet pas wat je mist, als je het kwijt bent." Ik vrees dat ik dit volkomen kan beamen. Ik verwens de dag van het ongeval, omdat ik elke dag geconfronteerd word met de onomkeerbare gevolgen. Toch ben ik ook blij dat ik niet afgeschreven aan de kant moet zitten en mij dagelijks nuttig kan maken."