U bent hier

Guido's gedacht

Al jaren probeer ik mijn studenten duidelijk te maken dat studeren niet iets is, waarbij je uitsluitend hard moet werken om 'er door te zijn' en uiteindelijk een diploma te bemachtigen.

Een grote mijnheer uit de reclame heeft me ooit gezegd: 'als je geen specifiek talent hebt, kan je altijd nog hard werken om iets van je carrière te maken'. Ontwikkelen van talent eerst dus…

Het heeft mij altijd als muziek in de oren geklonken, wegens inherent een beetje lui. Door de jaren heb ik ook wel geleerd dat de twee hand in hand gaan. Als je talent hebt, doe je meestal iets wat je graag doet, en dan werk je vanzelf hard.   

Het doel van studeren is nooit om alleen maar een boterbriefje binnen te halen, dat de jobmarkt voor je opengooit zoals de grot van Ali Baba (het sprookje, niet de 'rommelsite' uit China).

Dat wordt altijd pijnlijk duidelijk tijdens de examenperiode, wanneer mijn studenten er verkeerdelijk vanuitgaan dat ik enkel maar vragen stel over 'de te kennen stof'.  

Meestal onderbreek ik ze als ze dingen beginnen af te rammelen, of als duidelijk wordt dat ze die stof juist erg goed beheersen.

Ze zijn dan altijd wat verwonderd, verbolgen soms, omdat ze hun verworven kennis niet op die manier kunnen etaleren.

Ze gaan daarbij voorbij aan een belangrijk feit. Een docent die een beetje het zout in zijn spreekwoordelijke 'patatten' waard is, weet naar het einde van een periode wel wie wat kan en waar die student ergens staat in zijn ontwikkelingslijn.  

Uiteraard moet er getoetst worden, en gepeild naar relevante kennis die verder gaat dan wat oppervlakkig geneuzel over klokken en klepels. Maar er moet -volgens mij- ook gekeken worden naar groei. Naar inzicht en maturiteit. 

En soms word ik gesterkt in mijn visie. Het is een oud artikel, van ergens eind 2017, maar heel lezenswaardig en interessant, want zelfs de grote tech-gigant Google ontsnapt niet aan die realiteit.

Toen ze in 2013 met hun aanwervingsdata speelden en daar patronen wilden in ontdekken om succesvol te rekruteren, dacht iedereen dat de STEM (science, technology, engineering en math) studenten er torenhoog zouden uitkomen. Niets is minder waar. Succesvolle medewerkers blonken uit in een aantal soft skills. Luisteren, communiceren, kritisch denken, verbanden leggen. 

Waarom is dat? Niet dat ik een expert ben, maar toch een kleine poging tot verklaring.

Elk bedrijf is een kleine gemeenschap. Compleet met problemen, uitdagingen en crisissen. Of je dat nu wil of niet, het gaat echt niet alleen over je job doen, je salaris opstrijken en dan 'thuis echt leven'. Hoe je 't ook draait of keert, je spendeert een groot gedeelte van je actieve tijd in een job, en werkt voor een bedrijf.

De mate waarin je kan bijdragen tot de oplossingen binnen dat geheel bepalen je meerwaarde. En daar heb je die 'soft skills' voor nodig. En wie heeft in godsnaam beslist dat dat soft skills zijn… Net alsof ademen een 'soft skill' voor de mens zou zijn. 

Wie niet in staat is zowel de geschreven als de ongeschreven dynamiek van dat bedrijf te doorgronden, en daarin te functioneren, krijgt vroeg of laat te maken met grote problemen.

Je vaktechnische basis is maar een aspect. Je vermogen tot netwerken, tot deel uitmaken van een team en van daaruit nieuwe oplossingen bedenken is uiteindelijk veel zichtbaarder, veel doorslaggevender. Het is bovendien een mogelijke sleutel tot belangrijke doorbraken binnen dat bedrijf.

Het klinkt als een evidentie, maar zoals steeds gaapt er een onoverbrugbare kloof tussen droom en daad. Ik geef een vak, waarin netwerken en lobbying centraal staat. Het is verbijsterend om vast te stellen hoe moeilijk het voor jonge mensen is om contacten te leggen buiten hun comfortzone (om dat jeukwoord nog maar eens boven te halen).

Er is angst, het gevoel van irrelevantie zelfs (waarom zou die mens in mij geïnteresseerd zijn) en een fundamentele fout in de perceptie van de eigen capaciteiten. 

Ik probeer dat week na week te doorbreken, door in een losse sfeer naast de theoretische inhouden ook te hameren op dat soort houding, door ze actief aan te sporen om in dialoog te gaan en echte kennis te halen waar die zit, bij mensen op het terrein, bij andere docenten, godbetert bij hun eigen familie of kennissen. Dat blijft een heikel punt. 

En geef toe, er is geen triester beeld dan een student die eenzaam zit te knoeien met markers, kleurpotloden en notablokken en hopeloos probeert theoretische kennis en concepten in dat hoofdje te krijgen tegen de volgende dag. Ik wil ze dat graag besparen. 

En nu ga ik twee dagen mondeling examineren! Een feest voor mij, en hopelijk ook een beetje voor mijn studenten. 

Gepubliceerd in