U bent hier

Werkgever aan het woord: nest

Manager Steven: "Mijn bureau is ontslagen voor perfecte bewezen diensten! Ons management besliste om het bedrijfsgebouw te verkopen waar ik 24 jaar in heb geleefd en gewerkt. Het was alsof mijn zelf opgebouwd ‘werk-nest’ in mijn arbeidsboom ongenadig omver gehakt werd door een management dat op zoek gaat naar een meer prestigieuze locatie.

Het gebouw waar ik werkte voelde zo vertrouwd aan als mijn ouderlijk huis. Ik had er een emotionele band mee opgebouwd: de geur, de sfeer, de locatie, de bomen, de brandweerkazerne waar ik op uitkeek en vooral: de 'schoonheid in zijn rimpels'. Het gebouw was een onderdeel van mijn professioneel bestaan dat mij een bepaalde zekerheid, trots en arbeidsvreugde schonk. Ik besefte dit iedere keer weer als ik me op mijn bureaustoel nestelde na een van mijn ontelbare zakenreizen.

Mijn Japanse bazen kennen die emoties niet voor ons gebouw: zij blijven maximaal vier jaar en vertrekken dan weer naar Japan. Voor hen is het eerder een transit kamp. Ze voelen er geen liefde voor.

Het gebouw -dat eigendom was van ons bedrijf- was welgeteld 30 jaar oud. Blijkbaar was het niet meer sexy genoeg om er nog geld aan te spenderen en een paar klassieke ouderdomskwaaltjes uit de wereld te helpen. De airco had af en toe vapeurs, de waterleiding had soms geen controle over zijn kleine lekkages en het tapijt had grijze haren achter zijn oren. Ik vond dat het gebouw recht had op een facelift zodat het met waardigheid oud kon worden.

Helaas dacht ons management daar anders over. In het begin deden ze heel geheimzinnig want ze beseften al snel dat een verhuis naar een andere werklocatie een heel delicate zaak is. We hadden natuurlijk allemaal onze verzuchtingen maar voor een kantoor in Brussel is de bereikbaarheid onomstotelijk het grootste heikele punt. Als management kan je niet voor iedereen goed doen en moet je een compromis zien te vinden tussen wie met het openbaar vervoer komt en met de wagen.

Het domste wat je kan doen is het gevoel opwekken dat medewerkers medebeslissingsrecht hebben omtrent de nieuwe locatie. Ons management heeft dat gedaan door ons te laten stemmen op een short list en door een groep medewerkers een aantal mogelijke locaties te laten bezoeken. Uiteindelijk hebben ze toch gewoon hun zin doorgedrukt. Gevolg: nog meer gemor met uiteindelijk een uitgebluste berusting bij de werknemers en een gevoel van: trek je plan met je verhuis.

Een heel gevoelig punt bij de jonge generatie was ook de omgeving van ons nieuw kantoor. Waren er genoeg mogelijkheden om over de middag iets te gaan eten, waren er winkels in de buurt, was het wel veilig. Het management focuste daar echter niet op. Vooral de uitstraling van het gebouw was belangrijk en ook wel een klein beetje de kostprijs. Maar bovenal: het gebouw moest splinternieuw zijn want ze moesten een perfect alibi vinden voor het feit dat ons ouderlijk kantoor zijn C4 had gekregen.

Uiteindelijk zijn we in een net afgewerkte building terechtgekomen met negen etages, middenin de Europese wijk. We hebben nu een landschapsbureau. Ik heb eerder het gevoel dat ik een legkip ben in een callcenter dan dat ik in een kweekvijver zit waar creatieve ideeën en goede bedrijfsresultaten kunnen ontbolsteren.

We hebben wel een gezellige coffee corner, een moderne keuken en acht vergaderruimtes voor 30 werknemers. Maar als toetje heb ik ’s morgens drie uur file om naar deze place to be te komen. Voor wat, hoort wat."
 

Manager Steven stelt zich voor in 813 woorden

"Ik werk al meer dan 20 jaar bij een Japanse multinational. Misschien heb je nu medelijden met me, maar dat hoeft niet: ik voel me redelijk goed in mijn vel. Mijn kennissen beweren af en toe wel dat ik een halve Japanner geworden ben.

Momenteel ben ik verantwoordelijk voor onze activiteiten in het Midden-Oosten. Ik vorm een brug tussen de Arabische cultuur en het Japanse management in Europa. Een enorme uitdaging om die verschillende werelden op dezelfde golflengte te laten communiceren! Het is een job met heel wat zakenreizen: ik ben ongeveer 120 dagen per jaar een Vlaming op en in de vlucht.

Ik hoor vaak dat ik moeilijk gezag kan aanvaarden. Dat was zo als kind, op school en zeker tijdens mijn legerdienst. En ook op het werk! Maar ik denk toch dat ik vooral in opstand kom tegen echte bazen, en niet tegen goede leiders. In mijn huidige job moet ik zelf leiding geven. Daarom sta ik dikwijls stil bij vragen als 'wat is een goede leider?' en 'ben ik het waard om leiding te geven?'"

Steven blogde vroeger voor VDAB. Bekijk zijn blog.

 

Reageer