U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Guido's gedacht: Moederkloek

Guido's gedacht: Moederkloek
© Shutterstock

Het is en blijft een erg vreemd gevoel. De confrontatie met tijd.

De eerste keer dat ik dat bewust meemaakte -in een professionele context- was toen ik voor het eerst iemand professioneel interviewde voor een job. Ik zag op zijn cv dat zijn geboortejaar hetzelfde was als mijn eerste jaar aan de universiteit. Ik dacht meteen dat het een typefout was. Quod non. Erg confronterend. Voor die tijd had ik er nooit bij stilgestaan, ik voelde me vooraan in de twintig en dat zou altijd zo blijven. Nu besef ik stilaan dat zoiets ijdele hoop is.

Vanochtend had ik weer zo'n 'coup de vieux'. Studenten waar ik twee jaar geleden les aan gaf. Het eerste jaar eigenlijk dat ik mocht doceren aan de Karel de Grote-Hogeschool in Antwerpen.

Mijn vuurdoop, mijn leeuwenkuil, mijn welpjes eerder, achteraf bekeken. Wat waren ze vriendelijk en geïnteresseerd. Ze zijn afgestudeerd, en ik heb daar niet bij stilgestaan. Tot nog toe.

Ik vond ze zonder uitzondering apart, begaafd, leuk of nonchalant smossend met hun intelligentie en/of hun talent. Ik denk dat ik meer van hen genoten heb, dan zij van mij, maar dat is nu niet aan de orde.

Vanochtend zocht ik iets op, op LinkedIn en ik zag ze verschijnen. Joske is now… Pietje is dat bij… Anneke has a new job as... 

Het deed mij wat. Het doet mij overigens altijd iets als ik mensen zie die een stukje van een onbezorgd bestaan inruilen voor een andere fase in hun leven. Ze gaan nu 'grote mensen worden'. Ze zullen zich settelen, ze zullen een definitief lief krijgen, een andere stad, andere vrienden, een ander leven. Dure eden over eeuwige vriendschap worden gezworen bij het einde van zo'n jaar, eden die meestal niet bestand zijn tegen de harde eisen van een veel drukker professioneel bestaan.

Bij sommigen wordt dat een magistrale en glorieuze race, bij anderen een hobbelig, moeizaam parcours. Maar zonder uitzondering zullen ze zichzelf een aantal keer tegenkomen. Hopelijk vinden ze zichzelf: wie ze echt zijn, wat ze echt willen, wars van geld en ambities. Er is daar geen goed of slecht in, ze moeten leren. Het gaat pijn doen, het gaat deugd doen, en ze gaan zich vergissen. Dat hoort bij het leven. Ze gaan dat vervolgens te boven komen. Dat hoop ik toch.

Mijn hele wezen wil hen tegelijk ook een beetje beschermen en waarschuwen, ook al weet ik dat ze dat niet willen en zelfs niet eens nodig hebben.

De moederkloek in mij kent ook de helft van de bedrijven waar ze aan de slag gaan. Die moederkloek wil ze waarschuwen voor deze of gene egocentrische beunhaas die hun talent zal misbruiken voor zijn eigen carrière, wil ze behoeden voor de valstrikken waar ze ongetwijfeld in zullen lopen.

De harde confrontatie met een realiteit die niet altijd even kameraadschappelijk is als de hogeschool, draagt tegelijk de fantastische ontwikkeling van jeugdige raspaardjes in zich. Ze zullen enthousiast en goed gewapend aan de slag gaan, dus wat zou ik me zorgen maken?

Ik maak me eigenlijk niet echt zorgen. Ik denk alleen aan de bijna kinderlijke gezichten aan het begin van dat tweede jaar en hun jongvolwassen, prettig zelfverzekerde grijnzen bij hun afstuderen. Ze redden het wel.

En als 't niet zo is, dan mogen ze me altijd bellen, ik weet wel één en ander af van mislukkingen en weer recht krabbelen.  En ik blijf een romantische dwaas met een aan het naïeve grenzend optimisme.

 

Guido Everaert

Gepubliceerd in