U bent hier

Wonen en werken in Panama

Zes jaar geleden trok Hananja gedurende vier maanden door Bolivia. Na afloop was een ding duidelijk: dit smaakte naar meer! Na enkele jaren studeren en sparen, was het zover. Samen met haar vriend reisde ze naar Colombia. Een concreet plan hadden ze niet. Uiteindelijk bezochten ze elf landen in negen maanden tijd. Hananja: “De grootste luxe was het gebrek aan wifi.”

Hananja (26): “Tijdens m'n reis naar Bolivia had ik verschillende vrijwilligersjobs gedaan. Dat was supergoed meegevallen. Ik vond het een hele fijne en ongedwongen manier om het land en de bevolking beter te leren kennen.

Het leek m’n vriend en mij dan ook een goed idee om dat tijdens onze wereldreis opnieuw te doen. En zo geschiedde. In totaal hebben we op zes verschillende plaatsen gewerkt, telkens voor twee tot zes weken. We wisselden het werken af met een fietsreis, trektochten in de jungle of bergen, strandvakantie en stadsbezoeken.

Jungle lodge

Het leukste vrijwilligerswerk deden we in Panama. Via de website ‘workaway.com’ kwamen we terecht bij een ecologische jungle lodge en cacaoplantage (La Loma Jungle Lodge).

De lodge bevond zich op een eiland in het midden van de jungle en werd gerund door een koppel van Peruviaanse en Britse afkomst.

Er waren enkele mooie houten hutten met een gezellig openlucht-restaurant en lounge. Alles gebouwd met natuurlijke materialen zoals hout en bamboe.

De slaapkamers van de gasten waren gedeeltelijk in openlucht, met zicht op de jungle. Al het eten dat ze serveerden was vers en kwam van plaatselijke verkopers of van het domein zelf.

De lodge organiseerde ook uitstappen. Excursies naar de nabijgelegen eilanden, maar ook naar de kleine dorpjes in de omgeving en het buurtschooltje. En in de cacaoplantage was het heerlijk wandelen en leerden de gasten hoe chocolade gemaakt wordt.

Warm hart

De eigenaars van de lodge droegen de plaatselijke bevolking in hun hart.

Om hen te helpen, probeerden ze hen zoveel mogelijk aan het werk te zetten (als kapitein van de boot, klusjesman, kokkin, kamermeisje...). Ze organiseerden ook Engelse les voor de kinderen van hun medewerkers en voor de kinderen uit de mangroven, de tropische vloedbossen.

Wij waren aangeworven om Engelse les te geven en mee te helpen met de bediening in het restaurant.

Twee dagen in de week peddelden we 40 minuten met de kajak naar de mangroven. Daar leefde een tiental gezinnen samen. Met vijf mensen woonden ze in een hutje van een paar vierkante meter.  

De sfeer was er soms wat vreemd. Bijna iedereen was familie van elkaar en er gebeurden zaken die het daglicht beter niet zagen: incest, verkrachtingen, geweld… Het juk van generaties voor hen dat ze niet afgeschud kregen, zelfs al wisten ze dat het eigenlijk niet oké was.

De andere dagen bleven we op het domein en gaven we les aan de kinderen van de werknemers. Daarnaast serveerden we de maaltijden, organiseerden we de uitstappen, deden we de inkopen, en verzorgden we de kippen en honden... Heel divers werk dus.

Onze werkdagen waren best lang. We waren vijf dagen bezig van acht uur ‘s ochtends tot tien uur ‘s avonds.

Maar we kregen er heel wat voor terug: sterrenwaardig eten, een mini-lodge met een keuken, uitstapjes naar prachtige eilanden en de kans om een hele nieuwe cultuur van dichtbij te leren kennen.

Oogballen

Wat ik erg confronterend vond, was het geweld en de armoede die je overal tegenkwam.

Om enkele concrete voorbeelden te geven: zwerfdieren die werden afgetuigd en gedumpt, kinderen die moesten bedelen en slaag kregen als ze te weinig ophaalden, mensen met een beperking die op straat leefden en door niemand werden geholpen...

Het was bij momenten om moedeloos van te worden.

Wat me dan wel weer hoop gaf, waren alle mensen die zich inzetten om het tij te keren. Het was hartverwarmend om die inzet te zien, al was het vaak een druppel op een hete plaat.

Ook het feit dat de lokale bevolking erg gastvrij was, ondanks hun moeilijke omstandigheden, was mooi.

Zo kregen we in Madagascar van een heel arme boer spontaan een kom soep voorgeschoteld. Hij had hiervoor een kip geslacht, wat voor hem erg bijzonder en duur was.

Zelfs als vegetariër zeg je daar geen nee tegen. We hebben de soep met oogballen en poten dankbaar opgegeten. Oké, de oogballen hebben we wel laten liggen. <lacht>  

Cliché

Het belangrijkste dat we geleerd hebben, is behoorlijk cliché maar zo waar, namelijk: we kunnen veel meer doen dan we zelf beseffen om de wereld een beetje beter te maken.

En nog: geluk zit in hele kleine dingen. Kindjes die een eerste woord Engels zeggen, een puppy die bijna sterft maar enkele dagen later wild voor je voeten ligt te spelen, mensen die leven op drie vierkante meter maar alles wat ze hebben zouden wegschenken…

Het is m’n droom om in de toekomst zeker nog enkele lange reizen te maken. En ik speel met het idee om ooit zelf een organisatie op te starten. Wat en hoe, daar ben ik nog niet volledig uit.

In tussentijd werk ik met volle goesting als juf in het lager onderwijs, probeer ik te reizen waar en wanneer ik kan, geniet ik van de rust van m’n thuis en spreek ik regelmatig af met familie en vrienden. Al bij al ook zo slecht nog niet.” <lacht>

 

E-mail: hananja_2@hotmail.com

 

Elke Duprez

Gepubliceerd in