U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Zambia

Wonen en werken in Zambia

Job (32) trok vijf jaar geleden naar Zambia voor een inleefstage die ze nooit meer gaat vergeten. Ze werkte er in een centrum voor straatkinderen. Job: “De kinderen hadden nog nooit in hun leven een tattoo gezien. Ze hebben drie maanden lang dat zwarte ding van mijn been proberen te krabben.” Over levenslust, HIV en vogeltjes in een doos.

Jobs stage vond plaats in Kabwe, een Zambiaans industriestadje. Ze vertelt: “Ik vond Kabwe een fijne plek om te verblijven omdat de inwoners zo vriendelijk, open en vol levenslust zijn. Maar een ideale vakantiebestemming zou ik het niet noemen. Kabwe is niet echt mooi en is een van de tien meest vervuilde steden ter wereld. Er werd vroeger lood ontgonnen er is nu nog altijd een te hoge concentratie aanwezig. Toen ik er was, heb ik niets gemerkt van die vervuiling of van de dodelijke gevolgen ervan. De meeste Zambianen sterven sowieso jong door HIV. De levensverwachting is 40 à 45 jaar. Wat ik tot mijn verbazing wel merkte, is dat asbest nog volop verkocht wordt in Afrika. Kranten maken zelfs reclame voor asbest!”

Voor het donker thuis

Job liep stage bij het ‘Sables Drop in Centre’. Ze legt uit: “Ons centrum richtte zich vooral op weeskinderen die één of beide ouders verloren hadden aan aids. We probeerden hen overdag via allerlei activiteiten op te vangen zodat ze minder op straat vertoefden. Het project was opgezet door een lokale NGO met de steun van de Belgische NGO Volens.”

Elke dag in het centrum had een vaste structuur. Job: “Om 7.30 uur ging onze deur open. De kinderen konden dan les volgen: schrijven, lezen en een beetje rekenen. Wie de les gevolgd had, werd beloond met een ontbijt. Daarna poetsten we het centrum en kregen de kinderen de kans om hun kleren te wassen. Diegenen die hielpen poetsen, mochten mee aan tafel schuiven voor het middageten. ‘s Namiddags was het tijd voor ontspanning: we organiseerden voetbaltornooien, leuke spelletjes, knutselsessies… De kinderen konden in de namiddag ook counseling volgen bij lokale sociale werksters. Het kwam erop neer dat ze in een speciale ruimte -opgevrolijkt met beertjes en posters- over hun problemen konden praten, hun thuissituatie, HIV... Om 16 uur zat de dag erop. Het wordt vrij vroeg donker in Zambia en de meeste kinderen moesten nog een uur of langer naar huis wandelen.”

Twee vogeltjes in Afrika

Het tofste aan de stage was het contact met de kinderen. Job: “De lach op hun gezicht gaf me voldoening. Gewoon daar zijn en met hen bezig zijn, was al genoeg om hen blij te maken. Soms maakte ik ook gekke dingen mee. Zo heb ik eens twee vogeltjes gevonden die uit het moedernest waren gevallen. Ik had hen in een doosje gestopt, en eten en drinken gegeven. Toen ik voor een paar dagen naar Zimbabwe ging en terugkwam, vroeg ik de kinderen waar de vogeltjes waren. De sociale werksters vertelden me dat de kinderen ze hadden opgegeten. Het verschil tussen kinderen in België en Zambia is echt wel groot.” <lacht>

Waar had Job het moeilijk mee? “In het begin vond ik het erg om te zien in welke armoedige en ellendige omstandigheden de kinderen leefden, maar raar maar waar: na een tijd raakte ik dit gewoon. Verder: het samenwerken met de lokale mensen. Alles verloopt in Afrika in een slakkengangetje, en je mag dit gerust letterlijk opvatten: mijn Zambiaanse collega’s deden dertig minuten over een afstand die ik in vijf minuten overbrugde! Ze werkten niet alleen enorm traag, ze stonden ook niet open voor feedback: als ik hen liet zien hoe iets efficiënter kon, deden ze het vijf minuten later toch weer op hun eigen manier.”

Hartverscheurende herinneringen

Waren er kinderen waar Job gehecht aan geraakte? “O ja, er waren er een tiental waar ik een speciale band mee had. Ze wilden de hele dag spelletjes met me spelen en bleven voortdurend in mijn buurt. Een van hen was een mentaal gehandicapt jongetje dat heel veel behoefte had aan aandacht. Op een dag hadden de anderen hem verteld dat hij samen met mij naar België zou gaan. De volgende morgen stond hij daar met zijn rugzakje. Klaar om te vertrekken. Zo triestig.”

“Ik herinner me ook nog een jongen die altijd rondom de supermarkt hing. Hij probeerde een centje bij te verdienen door de inkopen van de mensen naar hun auto te brengen. Als hij me zag, liep hij al van ver naar me toe om mijn hand vast te houden en bij me te zijn. Toen ik enkele jaren na mijn stage opnieuw naar Kabwe kwam, stond hij nog steeds aan de supermarkt en herkende hij me. Ik word nog altijd droevig als ik er aan terugdenk.”

 

E-mail: job.dexters@hotmail.com

 

Barbara Peirs

 

  • Wil jij ook getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer artikels over wonen en werken in het buitenland.

Gepubliceerd in februari 2015