U bent hier

Dit is een artikel uit het MagEzine-archief.

Wonen en werken in Peru

Aline trok naar een arm dorpje, diep in het Andesgebergte, waar ze kinderen opving die van school kwamen. Ze vertelt: “We hielpen hen met hun huiswerk, zorgden voor ontspanning en schotelden hen een voedzame maaltijd voor. Als ze het eten zagen, riepen ze: ‘Que rico, tía!’ (Hoe lekker, tante!) Dat klonk zoveel smakelijker dan bij ons.”

Aline (27) ging in 2013 een jaar aan de slag bij een ngo in Peru. Ze vertelt: “Ik was coördinator van het project ‘Añañau’ dat geleid werd door Ellen, een Belgische en Sadith, een Peruviaan. Het project hield in dat we -samen met vrijwilligers en stagiairs van over heel de wereld- naschoolse opvang aanboden aan indianenkinderen uit een arm bergdorpje: San Jeronimo.

Kind zijn

De kinderen die we opvingen waren tussen 4 en 18 jaar, en groeiden op in erbarmelijke omstandigheden. Ze werden regelmatig van school gehouden om te werken op het veld of in het huishouden. Ze hadden ook niet veel te eten. Enkel ‘s morgens en ‘s middags kregen ze rijst of brood. Het avondeten werd meestal overgeslagen. Bovendien zochten de ouders -doordrongen van de uitzichtloosheid van hun situatie- vaak hun toevlucht in alcohol.

De kinderen kwamen naar ons om hun huiswerk te maken, te eten en zich te ontspannen. We speelden voetbal met hen, knutselden, dansten… Het was onze bedoeling om hen een plek te geven waar ze even weer kind konden zijn.

Altijd vrolijk

Wat ik het leukst vond aan mijn job? Dat ik echt iets kon betekenen voor de kinderen, ook al sprak ik gebrekkig Spaans. Gewoon wat aandacht krijgen, was voor hen al fantastisch. Dat waren ze thuis en op school niet gewoon. Ze noemden ons allemaal tía (tante) of tío (nonkel) en ze waren altijd vrolijk, ondanks hun problemen. Een van hun hoogtepunten was het bezoek van een filmploeg van Ketnet. Ketnet maakte een reportage over de vrijetijdsbesteding van Andes-kinderen. De kinderen waren onder de indruk van al de camera’s, en waren zo fier als een gieter.

Ook leuk, was de afwisseling. Ik werkte niet alleen met de kinderen, maar begeleidde ook de stagiairs en vrijwilligers die de kinderen opvingen. Het was onder andere mijn taak om hen af te halen in de luchthaven, een rondleiding te organiseren in het nabijgelegen stadje Cusco en hen te helpen met hun vragen of problemen.

Gestroopte cavia

In mijn vrije tijd genoot ik van wat Peru te bieden had op het vlak van cultuur en natuur. Voor de natuur hoefde ik niet eens mijn kamer uit te stappen. Als ik ’s morgens door het raam keek had ik een adembenemend zicht: ik keek uit op enkele gigantische bergen die elk seizoen van kleur veranderden. Zo mooi.

Wat ik nog graag deed? Op restaurant gaan met mijn collega’s, salsa dansen in de discotheek en een bezoekje brengen aan de markt. Ik probeerde graag lokale groenten en fruit uit. Wat me minder aantrok waren de kraampjes met vlees. Ik ben namelijk vegetariër. Vegetariër zijn in Peru, is niet evident. Het is een land van vlees. Er wordt zelfs cavia gegeten. Ze verkopen gestroopte cavia’s gewoon op de markt! In de periode dat ik er was, had een bedrijf in plaats van cavia’s ratten verkocht. Er ontstond heel wat commotie toen dit aan het licht kwam.  

Terug in België

Ondertussen woon ik terug in België. Op financieel vlak ben ik blij, want nu kan ik weer wat sparen en aan mijn toekomst denken. In Peru kreeg ik een loon naar lokale normen, wat niet veel was. Maar ik mis de kinderen, het eten en de natuur nog altijd.”
 

E-mail: oortsaline@hotmail.com

Foto ©: Jacek_Kadaj / Shutterstock.com

 

Barbara Peirs

 

  • Wil jij ook getuigen over je ervaring in het buitenland? Mail naar de redactie.

  • Lees meer getuigenissen over wonen en werken in het buitenland.